Beroep op art. 2:180 lid 2 sub a BW naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, bestuurders niet aansprakelijk
CasusOp 10 juli 2002 is A BV opgericht. Nog voordat de opgave tot eerste inschrijving aan het Handelsregister is gedaan komt een kredietovereenkomst tot stand tussen A BV en de bank. Na het faillissement van A BV vordert de bank van de eerste (indirecte) bestuurders van A BV betaling van het restbedrag dat de bank niet op A BV kan verhalen. De bank legt art. 2:180 lid 2, aanhef en onder a BW ten grondslag van haar vordering, aangezien de kredietovereenkomst is gesloten voordat de…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleProcedureverloop
Hoge Raad, 28-01-2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7122
Hoge Raad, 28-01-2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7122
Parket bij de Hoge Raad, 28-01-2011, ECLI:NL:PHR:2011:BO7122
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 21-04-2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI2992
Gerelateerde wetstoelichtingen
Inschrijving in handelsregister (art. 2:180 BW)
Rechtshandelingen algemeen / wilsbekwaamheid (art. 3:32 - 3:59 BW)