Overeenkomst in strijd met testeervrijheid wordt omgezet in niet-opeisbare geldvordering
V wil in rechte afdwingen dat M conform de bij hun echtscheiding gesloten overeenkomst aan V een bedrag van €100.000 legateert. Een dergelijke overeenkomst belemmert M in zijn vrijheid een uiterste wil met een bepaalde inhoud op te stellen en is daarom in strijd met de in art. 4:4 BW vastgelegde testeervrijheid. De Voorzieningenrechter acht de overeenkomst daarom nietig. Voorshands neemt hij - gelet op de bedoelingen van partijen bij de afwikkeling van hun echtscheiding - aan dat het nietige beding op de voet van artikel 3:42 BW van rechtswege converteert in een overeenkomst die V een vorderingsrecht van €100.000 op M geeft.
| Instantie | Rechtbank Den Haag |
| Uitspraakdatum | 01-12-2016 |
| ECLI | ECLI:NL:RBDHA:2016:14624 |
| Zaaknummer | C-09-520286-KG ZA 16-1277 |
| Bijzondere kenmerken | Kort geding |
| Vindplaatsen | |
|
|
V wil in rechte afdwingen dat M conform de bij hun echtscheiding gesloten overeenkomst aan V een bedrag van €100.000 legateert. Een dergelijke overeenkomst belemmert M in zijn vrijheid een uiterste wil met een bepaalde inhoud op te stellen en is daarom in strijd met de in art. 4:4 BW vastgelegde testeervrijheid. De Voorzieningenrechter acht de overeenkomst daarom nietig. Voorshands neemt hij - gelet op de bedoelingen van partijen bij de afwikkeling van hun echtscheiding -…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleGerelateerde wetstoelichtingen
Verboden te beschikken over niet opengevallen nalatenschap (art. 4:4 BW)