Waardering onroerende zaken ? niet woningen in box 3 naar WEV
Onroerende zaken worden voor de heffing in box 3 in beginsel in aanmerking genomen voor de waarde in het economische verkeer, art. 5.19 Wet IB 2001. Een uitzondering geldt voor woningen niet zijnde de eigen woning; daarvan wordt ingevolge art. 5.20 Wet IB de waarde gesteld op de WOZ-waarde. Voor de Hoge Raad speelde een casus waarin belastingplichtige E en de inspecteur voor de jaren 1998 en 1999 een waarderingsafspraak hadden gemaakt ten behoeve van de aangifte vermogensbelasting: de WOZ-waard…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleProcedureverloop
Hoge Raad, 25-02-2011, ECLI:NL:HR:2011:BP5738
Rechtbank Breda, 03-07-2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BE9081
Gerelateerde wetstoelichtingen
Rendementsgrondslag (art. 5.3 Wet IB 2001)
Waardering woning in box 3 (art. 5.20 Wet IB 2001)