Wetstoelichtingen
1 Algemeen Met de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) heeft een particuliere woningeigenaar een vangnet als door omstandigheden de hypotheek niet meer kan worden betaald of als een restschuld overblijft
Wetstoelichtingen
1 Inleiding De hypothecaire geldlening is een niet weg te denken financieringsinstrument voor zowel particulieren als ondernemers. Een (doorgaans onroerende) zaak als onderpand biedt een belangrijke
Wetstoelichtingen
1 Algemeen
Het staat een financiële instelling niet vrij onbeperkt hypothecair krediet te verstrekken voor de aankoop of herfinanciering van een woning. De mogelijkheden van banken en verzekeraars wordt
Wetstoelichtingen
1 Algemeen
In beginsel bepaalt de inschrijving in de openbare registers de rang van het goederenrechtelijke recht. In 1992 is in de wet de rangwisselingsfiguur geïntroduceerd die bestaat in de mogelijkheid
Wetstoelichtingen
1 Inleiding
In een hypotheekakte komen bedingen van verschillende aard voor. In de eerste plaats de zogenaamde hypotheekbedingen, regels die ook verbindend zijn voor de rechtsopvolger van de hypotheekgever
Wetstoelichtingen
1 Inleiding
Door het vestigen van het recht van hypotheek verkrijgt de hypotheekhouder het recht van parate executie ( art. 3:268 BW). Indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van
Wetstoelichtingen
1 Inleiding
Gaat het hypotheekrecht teniet doordat de hypotheekschuld volledig is betaald, dan dient het hypotheekrecht in de openbare registers te worden doorgehaald (het royement). Art. 3:274 BW
Wetstoelichtingen
1 Algemeen De bepalingen omtrent het retentierecht staan in art. 3:290 e.v. BW. Het retentierecht is een opschortingsrecht. De definitie van het retentierecht staat in art. 3:290 BW: 'Retentierecht is
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Elke gerechtigdheid tot een goed kan verjaren, dus ook een rechtsvordering. Art. 3:306 BW bevat de hoofdregel voor verjaring van rechtsvorderingen: tenzij de wet anders bepaalt, verjaart
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Indien iemand is gehouden een bepaalde rechtshandeling te verrichten maar dit nalaat, kunnen tegen hem verschillende rechtsvorderingen worden ingesteld om hem te dwingen alsnog na te komen
Wetstoelichtingen
1 Collectieve schadevergoedingsactie (WAMCA)
Op 1 januari 2020 is de Wet Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde de afwikkeling van massaschade
Wetstoelichtingen
1 Inleiding In het geval dat twee of meer schuldeisers in een procedure ten aanzien van hetzelfde goed een recht op levering vorderen, dan gaat in hun onderlinge verhouding het oudste recht op levering
Wetstoelichtingen
1 Inleiding
Wanneer een schuldenaar zijn verbintenis om iets te doen niet nakomt, kan de schuldeiser door de rechter worden gemachtigd om zelf deze verbintenis te doen uitvoeren op kosten van de schuldenaar
Wetstoelichtingen
1 Hoofdregel Een rechtsplicht moet worden nagekomen. Art. 3:296 BW bepaalt dan ook dat wie jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten daartoe, op vordering van die ander, door
Wetstoelichtingen
De stukken vanaf 1995 zijn raadpleegbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ waarbij onder meer de volgende wetsvoorstellen van belang zijn: Kamerstukken 17 141 (Invoeringswet Boek 4
Wetstoelichtingen
Met betrekking tot Titel 5 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek is geen toelichting opgenomen. U kunt de actuele tekst van de wet raadplegen op het tabblad 'Wettekst'.
Wetstoelichtingen
1 Bestaansvereiste
Voor het ab intestaat erfrecht geldt een uitdrukkelijke bestaanseis in art. 4:9 BW: een erfgenaam moet bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt.
Voor het testamentaire
Wetstoelichtingen
1 Algemeen De quasi-wettelijke verdeling (hierna: ‘QWV’) is een testamentaire variant op de wettelijke verdeling (art. 4:13 BW, vergelijk ook de ouderlijke boedelverdeling ). In de praktijk wordt
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Wanneer een erflater een echtgenoot/geregistreerd partner - hierna: langstlevende of langstlevende echtgenoot - en tenminste één (klein)kind als erfgenamen achterlaat, is van rechtswege de
Wetstoelichtingen
1 Algemeen
Art. 4:27 BW bevat een bijzondere bepaling voor de erflater die wenst de eigen kinderen en de stiefkinderen gelijk te behandelen door een stiefkind als eigen kind in de wettelijke verdeling
Wetstoelichtingen
1 Inleiding Was een erflater ten tijde van zijn overlijden gehuwd (hierna wordt onder huwelijk het geregistreerd partnerschap begrepen) en laat hij naast zijn echtgenoot ook kinderen achter, dan is de
Wetstoelichtingen
1 Voortgezet recht tot bewoning (art. 4:28 BW) 1.1 Aan wie komt het recht toe en voor hoe lang (termijn)? Indien de woning die de echtgenoot van de erflater bij diens overlijden in gebruik toekwam
Wetstoelichtingen
1 Kenmerken uiterste wilsbeschikking 1.1 Definitie en soorten uiterste wilsbeschikkingen Een uiterste wilsbeschikking is: een ongerichte eenzijdige rechtshandeling (art. 3:32 en 3:33 BW);
Wetstoelichtingen
1 Uitleg van uiterste wilsbeschikkingen Uitleg van een uiterste wilsbeschikking moet men onderscheiden van aanvulling van een uiterste wilsbeschikking. Zijn de bewoordingen van een beschikking niet duidelijk
Wetstoelichtingen
Art. 4:47 BW gaat over het vervallen van een uiterste wilsbeschikking. De uiterste wilsbeschikking vervalt in beginsel zonder dat daar een andere beschikking voor in de plaats mag worden gesteld, indien