Rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 - 2:3 BW)
1 InleidingHet Burgerlijk Wetboek geeft geen definitie van wat een ‘rechtspersoon’ is. Wel wordt in art. 2:1 tot en met art. 2:3 BW een opsomming gegeven van de rechtsvormen die rechtspersoonlijkheid bezitten. 2 Publiekrechtelijke rechtspersonenDe publiekrechtelijke organisaties die rechtspersoonlijkheid bezitten, worden genoemd in art. 2:1 BW. Het eerste lid noemt de Staat, de provincies, de gemeenten en de waterschappen als publiekrechtelijke rechtspersonen. Ook de…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleWet- en regelgeving
Artikel 1
Artikel 1
1 De Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, bezitten rechtspersoonlijkheid.
2 Andere lichamen, waaraan een deel van de overheidstaak is opgedragen, bezitten slechts rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het bij of krachtens de wet bepaalde volgt.
3 De volgende artikelen van deze titel, behalve artikel 5, gelden niet voor de in de voorgaande leden bedoelde rechtspersonen.
Artikel 2
Artikel 2
1 Kerkgenootschappen alsmede hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd, bezitten rechtspersoonlijkheid.
2 Zij worden geregeerd door hun eigen statuut, voor zover dit niet in strijd is met de wet. Met uitzondering van artikel 5 gelden de volgende artikelen van deze titel niet voor hen; overeenkomstige toepassing daarvan is geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met hun statuut en met de aard der onderlinge verhoudingen.
Artikel 3
Artikel 3
Verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen bezitten rechtspersoonlijkheid.
Rechtspraak
| Titel | Instantie | Datum | Nummer |
|---|---|---|---|
| Afwijking van dwingend recht in kerkelijk statuut mogelijk | Instantie Hoge Raad | Datum 04-10-2019 | Nummer ECLI:NL:HR:2019:1531 |
| Burgerlijke rechter bevoegd om schorsingsbesluit van lid van kerkelijk orgaan te toetsen | Instantie Rechtbank Amsterdam | Datum 18-05-2018 | Nummer ECLI:NL:RBAMS:2018:3642 |
| Nieuwe stap erkenning eigen rechtssubjectiviteit personenvennootschap | Instantie Hoge Raad | Datum 22-09-2017 | Nummer ECLI:NL:HR:2017:2444 |
Literatuur
| Titel | Auteur(s) | Bron |
|---|---|---|
| Titel Art. 2:2 BW, het Vliegende Spaghettiemonster en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging | Auteur(s) L.M.H.A.A. Hennekens | Bron WPNR 2016/7105 |