Stichtingen opgericht bij uiterste wil (art. 4:135 BW)
1 InleidingAfdeling 4 van Titel 5 van Boek 4 Burgerlijk Wetboek bestaat uit slechts één wetsartikel: art. 4:135 BW. Dit wetsartikel heeft betrekking op de oprichting van een stichting bij uiterste wilsbeschikking, waarbij voorts de artt. 2:4 lid 1 BW en 2:286 BW van belang zijn. De stichting kan alleen worden opgericht in een bij Nederlandse notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking. Vóór de invoering van het nieuwe wettelijk erfrecht op 1 januari 20…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleGerelateerd nieuws
Meer nieuwsWet- en regelgeving
Artikel 135
Artikel 135
1 Wanneer een erflater iets heeft vermaakt aan een stichting die hij in een bij notariële akte gemaakte uiterste wilsbeschikking heeft in het leven geroepen, is de stichting erfgenaam of legataris, naar gelang het haar vermaakte aan een erfstelling of aan een legaat beantwoordt.
2 Heeft hij bij een in andere vorm gemaakte uiterste wil verklaard een stichting in het leven te roepen, dan wordt deze beschikking aangemerkt als een aan de gezamenlijke erfgenamen opgelegde last om die stichting op te richten.
3 Degene op wie een last om een stichting op te richten rust, kan daartoe op vordering van het openbaar ministerie worden veroordeeld door de rechtbank van het sterfhuis of, indien de erflater zijn laatste woonplaats niet in Nederland had, door de rechtbank Den Haag. De rechter kan bepalen dat het vonnis dezelfde rechtskracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van hem die tot de rechtshandeling gehouden is, of dat een door de rechter aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten.
Kennisdossiers
| Titel | Categorie |
|---|---|
| Titel Afwikkeling en vereffening nalatenschap | Categorie Erfrecht |
| Titel Gehandicaptentestament | Categorie Erfrecht |
| Titel Testament | Categorie Erfrecht |
| Titel Stichting | Categorie Ondernemingsrecht |
| Titel ANBI | Categorie Belastingrecht |
| Titel Goede doelen | Categorie Diversen |
Beleidsbesluiten
| Titel | Instantie | Datum | Nummer | Samenvatting |
|---|---|---|---|---|
| Instantie Ministerie van Financiën | Datum 19-12-2014 | Nummer BLKB2014/1415M | Samenvatting Het beleid met betrekking tot aftrek van giften in de Wet IB 2001 en het aanmerken van een instelling als ANBI is geactualis… |
Literatuur
| Titel | Auteur(s) | Bron |
|---|---|---|
| Titel Reactie en Naschrift op 'De bij dode opgerichte stichting' | Auteur(s) R.E. Brinkman, S. Perrick | Bron WPNR 2023/7403 |
| Titel Boekbespreking - De bij dode opgerichte stichting' | Auteur(s) S. Perrick | Bron WPNR 2022/7388 |
| Titel dissertatie: De bij dode opgerichte stichting | Auteur(s) T.F.H. Reijnen | Bron Wolters Kluwer (2020) |
| Titel De postmortale stichting; blijft onbekend ook onbemind? | Bron Estate Tip 2017/40 | |
| Titel De testamentaire stichting | Auteur(s) T.F.H. Reijnen | Bron Tijdschrift Erfrecht 2010/3 |
| Titel De stichting tot afwikkeling van een nalatenschap | Auteur(s) L.C.A. Verstappen | Bron WPNR 1996/6245 en 1996/6246 |