Voorwaarden terugkoop VoV-woning (art. 3 UB BRV)
In art. 15 lid 1 onder t WBR is met ingang van 1 januari 2022 onder voorwaarden een vrijstelling voor de verkrijging van een woning in de zin van de overdrachtsbelasting (art. 14 lid 2 WBR) opgenomen indien hiermee uitvoering wordt gegeven aan een verkoopregulerend beding. Deze vrijstelling wordt aangeduid als de VoV-vrijstelling. De nadere voorwaarden voor deze vrijstelling zijn uitgewerkt in art. 3 UB BRV. Deze voorwaarden zijn laatstelijk gewijzigd bij besluit van 20 december 2023 (Eindejaar…
Verder lezen?
Om dit document te kunnen bekijken, moet u ingelogd zijn.
Geen inloggegevens?
Heeft uw kantoor een abonnement, dan is het aanvragen van extra inlogcodes gratis en kunt u deze hier aanvragen.
Heeft uw kantoor geen abonnement? Bekijk hier de abonnementsopties en prijzen.
Gratis studentenabonnement
Voor (voltijd) studenten is een gratis studentenabonnement beschikbaar. Bent u als student verbonden aan een notariskantoor dat een abonnement heeft, dan voegen wij u kosteloos toe aan het kantoorabonnement.
Gebruikers van Via Juridica
Bekijk alleWet- en regelgeving
Artikel 3
Artikel 3
De vrijstelling, bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel t, van de wet, is van toepassing onder de volgende voorwaarden:
a. uit het verkoopregulerend beding bij de eerdere verkrijging blijkt een zelfbewoningsplicht voor de eerdere verkrijger;
b. ten tijde van de eerdere verkrijging is de waarde van de woning, bedoeld in artikel 52 van de wet, zonder rekening te houden met het verkoopregulerend beding, niet hoger dan de ten tijde van de eerdere verkrijging geldende woningwaardegrens, genoemd in artikel 15, eerste lid, onderdeel p, onder 4° van de wet, dan wel niet hoger dan € 400.000 indien de woning is verkregen vóór 1 april 2021;
c. de woning is bij de eerdere verkrijging verkregen met een koperskorting van ten minste 10% en ten hoogste 50% van de waarde van die woning ten tijde van de eerdere verkrijging;
d. uit de notariële akte van levering waarin de verkrijging wordt vastgelegd blijkt dat is voldaan aan de onderdelen b en c;
e. bij vervreemding door de natuurlijk persoon geldt dat de natuurlijk persoon de verkregen koperskorting geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen aan de verkrijger, of dat de verkrijger in bepaalde mate deelt in de tussentijdse waardeontwikkeling.
Beleidsbesluiten
| Titel | Instantie | Datum | Nummer | Samenvatting |
|---|---|---|---|---|
| Instantie Ministerie van Financiën | Datum 20-12-2023 | Nummer Stb. 2023, 511 | Samenvatting Op grond van het Eindejaarsbesluit 2023 zijn diverse uitvoeringsbesluiten op het gebied van belastingen gewijzigd. Onder mee… | |
| Instantie Ministerie van Financiën | Datum 17-12-2021 | Nummer 2021-0000228261 | Samenvatting In dit besluit zijn een aantal wijzigingen opgenomen van enkele uitvoeringsbesluiten. De wijzigingen vloeien onder andere vo… |